Equiene atypische myopathie

Equiene atypische myopathie, ook bekend als atypische myoglobinurie, is een frequent fatale aandoening die grazende paarden aantast gedurende herfst en lente. Uitbraken lijken vooral voor te komen onder specifieke klimaat omstandigheden. De ziekte werd voor het eerst beschreven in 1984. Sinds toen werden verschillende klinische gevallen beschreven in verschillende Europese landen. België werd voor het eerst geconfronteerd met een uitbraak in 2000. In Frankrijk werden de eerste gevallen beschreven in de herfst van 2002. Op dat moment was er zeer weinig wetenschappelijke literatuur beschikbaar omtrent klinische symptomen, diagnostische middelen en epidemiologie. Daarom heeft de faculteit diergeneeskunde van Luik een eerste onderzoek toegespitst op het verzamelen en analyseren van alle beschikbare informatie met betrekking tot Belgische gevallen, om zo op een gefundeerde wijze paarden eigenaars en dierenartsen te kunnen inlichten.

Het verzamelen en de analyse van gegevens van Belgische gevallen werd sinds de herfst van 2006 uitgebreid met alle Europese gevallen, wat leidde tot een beter begrip van de klinische tekenen, diagnostische methodes en maatregelen die bijdragen tot het voorkomen en symptomatisch behandelen van de ziekte. Tot op de dag van vandaag bestaat echter nog geen enkele curatieve behandeling. Desondanks hebben de verzamelde gegevens wel geleid tot het formuleren van een ondersteunende behandeling.

Oorzaak

Recent werd aangetoond dat het optreden van atypische myopathie gelinkt is aan een bepaald toxine, namelijk hypoglycine A. Dit toxine kan aanwezig zijn in de zaden van verschillende bomen van het genus Acer (esdoorn). Bij botanisch onderzoek van weides waar in het verleden Belgische gevallen van atypische myopathie gesignaleerd werden, werd in de omgeving telkens de aanwezigheid van esdoorns bevestigd (Acer; Aceraceae; Acer pseudoplatanus)

Figure 1 -Vruchten van de esdoorn: bestaan uit een dubbele vrucht, elk voorzien van een vleugel, waardoor men vaak over een “helikopter” spreekt. Deze vleugels zorgen voor een goede verspreiding door de wind.

Figure 2 – Vruchten van de esdoorn (Acer; Aceraceae; Acer pseudoplatanus) België, provincie Luik, oktober 2014

 

In de verenigde staten wordt de Californische esdoorn (Acer; Aceraceae; Sapindaceae; Acer Negundo) regelmatig aangetroffen bij gevallen van seizoensgebonden weide myopathie. Deze boom is niet inheems in Europa, maar heeft de trend zich te naturaliseren.

Figure 3 –Vruchten van de Californische esdoorn (Acer; Aceraceae; Sapindaceae; Acer Negundo)

Figure 4 – Californische esdoorn (Acer; Aceraceae; Sapindaceae; Acer Negundo)

Werking van het toxine

Eens opgenomen wordt hypoglycine A omgezet naar een toxische metaboliet, MCPA. Deze metaboliet zorgt er voor dat de spiercellen geen lipiden meer kunnen gebruiken als energie substraat, terwijl de mogelijkheid om gebruik te maken van koolhydraten bewaard blijft. Het aminozuurmetabolisme wordt eveneens, maar in mindere mate aangetast. Deze biochemische veranderingen leiden er toe dat afbraakproducten van het energiemetabolisme (waaronder spierenzymes) worden opgestapeld in het bloed. Het biochemisch profiel dat hieruit resulteert, laat ons toe om een zekere diagnose van atypische myopathie te stellen.

De meest aangetaste spieren zijn degenen die continu in werking zijn: skeletspieren, ademhalingsspieren en het hart. Door een tekort aan energie worden deze spieren afgebroken en wordt myoglobine vrijgesteld in het bloed. Deze molecule veroorzaakt de typisch rode kleur van urine bij aangetaste paarden

 

Behandeling

Zelfs indien in de toekomst een curatieve behandeling kan ontwikkeld worden, blijft het cruciaal om uitbraken te verhinderen door preventieve maatregelen.

Bij het vermoeden van een geval van atypische myopathie kan een symptomatische behandeling worden ingesteld. Deze behandeling zal de oorzaak zelf niet aanpakken, maar dient om de klinische manifestaties van de ziekte te bestrijden. Op dit ogenblik focust de behandeling zich op (1) het beperken van verdere spierschade, (2) het herstellen van het circulerende volume, (3) het bevorderen van de eliminatie van het toxine, (4) het corrigeren van zuur-base en electrolieten verstoringen, (5) het verschaffen van energetische substanties die kunnen gebruikt worden door de beschadigde spieren en (6) pijnbestrijding indien nodig.

De medicamenteuze behandeling van atypische myopathie valt onder de bevoegdheid van de dierenarts, maar de eigenaar kan zelf ook verschillende maatregelen nemen om het paard te ondersteunen tijdens de ziekte

Prognose

In de literatuur wordt een mortaliteit van meer dan 85% beschreven bij gevallen van atypische myopathie die dateren van voor de herfst van 2006. Echter, uit meer recente uitbraken werd een lager sterftecijfer rond de 75% waargenomen. De cijfers verschillen echter sterk van land tot land en volgens de klinische reeks. Bijvoorbeeld bij een uitbraak in de herfst van 2006 in Frankrijk zakte het sterftecijfer tot 40%.

Factoren die bijdragen tot overleving

Een analyse van Europese gevallen toont dat medicamenteuze zorgen, waaronder voornamelijk het toedienen van vitamines en

antioxidanten, de kans tot overleving verhogen. Niettemin, aangezien het sterftecijfer zeer hoog ligt, dient een behandeling enkel overwogen te worden indien het lijden van het paard controleerbaar blijft.

Prognostisch gunstige factoren:

Normale mucosae, geen tekenen van ernstige ademhalingsproblemen, merendeel van de tijd staand doorbrengen, normale ontlasting, normale rectale temperatuur (37°C < rectale temperatuur ≤ 38.5°C). Paarden met overgewicht lijken minder gevoelig voor de aandoening. Paarden die de aandoening overleven, hebben een ongecompliceerde recovery en vertonen verrassend genoeg slechts minimale spierbeschadiging. Desondanks dient de hartfunctie nog verschillende maanden na de recovery gemonitord te worden.

Factoren die leiden tot een slechte prognose

Overwegend neerliggen, overvloedig zweten, anorexie (verlies van eetlust), tachycardie (verhoogde hartslag, ≥ 45 slagen/minuut), tachypnee (verhoogde ademhalingsfrequentie, ≥ 15 ademhalingen/minuut) en ademhalingsmoeilijkheden zijn prognostisch slechte factoren. Ernstige zuur-base afwijkingen in het bloed verminderen eveneens de kans op overleving.

Share on FacebookTweet about this on TwitterGoogle+Share on LinkedInEmail to someonePrint this page